rugklachten (scoliose)

De rug bestaat uit 27 wervels: 7 halswervels, 12 ruggenwervels, 5 lendenwervels, 1 heiligbeenwervel en de stuit of staartbeen. Samen vormen zij de S-vormige wervelkolom. Wervels zijn een soort op elkaar gestapelde blokjes met elkaar verbonden door facetgewrichten die zorgen voor de beweeglijkheid van de rug en kunnen rugklachten geven.

Tussen de bovenste 24 wervels bevinden zich de tussenwervelschijven, ‘schokbrekers’ van elastisch kraakbeen. Wanneer je naar voren buigt, wordt de tussenwervelschijf aan de voorkant sterk samengedrukt. Dankzij de zachte kern in het midden kan deze druk goed worden opgevangen en uiteindelijk worden verdeeld over de buitenste ringen. Spieren, banden en pezen helpen de wervelkolom overeind te houden. De wervels op hun beurt beschermen het ruggenmerg. Hierin bevinden zich zenuwbanen die de hersenen met de rest van het lichaam verbinden.

 

Enkele huiswerkoefeningen voor de rug

Het is belangrijk dat u de huiswerkoefeningen die u gekregen hebt regelmatig uitvoert.

Rugcoördinatie oefening

Doel: het leren aanspannen en correct gebruiken van de diepe buikspier wat een rol speelt bij de stabiliteit van de  rug.

  1. Ruglig
  2. Knieën gebogen, voeten plat op de grond.
  3. Plaats 2 vingers aan de binnenzijde van de bekkenrand en 2 vingers aan de onderzijde  van de ribbenboog. Dit wordt gebruikt als feedback om de aanspanning te voelen.
  4. Trek de navel in en zorg dat de vingers omhoog gedrukt worden.
  5. Bij een goede uitvoering worden eerst de vingers in de bekkenrand omhoog gedrukt, daarna pas de vingers bij de ribbenboog.
  6. Hou de spanning 3 tellen vast en ontspan weer.

Aandachtspunten: span op ongeveer 60 procent van maximaal aan. Het kan veel oefening vergen om de ‘timing’ van de buikspieren juist te krijgen.

 [/messagebox]

Rugcoördinatie oefening 

Doel: de moeilijkheidsgraad is verhoogd. De spanning van de diepe buikspier vasthouden terwijl de knieën afwisselend opgetrokken worden.

  1. Ruglig
  2. Knieën gebogen, voeten plat op de grond.
  3. Plaats 2 vingers op de bekkenrand en 2 vingers aan de onderzijde van de ribbenboog. Dit wordt gebruikt als feedback om de aanspanning te voelen.
  4. Trek de navel in en zorg dat de vingers omhoog gedrukt worden.
  5. Bij een goede uitvoering worden eerst de vingers in de bekkenrand omhoog gedrukt, daarna pas de vingers bij de ribbenboog.
  6. Hou de spanning vast terwijl rustig doorgeademd wordt.
  7. Beweeg de knieën afwisselend naar de borst.

Aandachtspunten: blaas uit terwijl de knie naar de borst bewogen wordt.

 

 [/messagebox]

Rugcoordinatie oefening bekkentilt

Doel: de stabiliteit van de lage rug vergroten door te zorgen dat het bekken niet wegzakt en de juiste spieren aangespannen worden.

  1. Ruglig
  2. Knieën buigen, tegen elkaar aan en voeten plat op de grond.
  3. Trek de navel in.
  4. Kom omhoog met het bekken, zodat het bekken in het verlengde van de benen komt.
  5. Hou dit 2 tellen vast en ga terug naar de begin positie.
  6. Herhaal vanaf stap 3.

Aandachtspunten: plaats de druk en kracht vanuit de bovenbenen op de voeten.

[/messagebox]

Rugcoordinatie oefeningt

Doel: de moeilijkheidsgraad is verhoogd. Zorgen dat het bekken niet wegzakt en de juiste spieren aangespannen worden en blijven terwijl de knieën afwisselend gestrekt worden.

  1. Ruglig
  2. Knieën buigen, tegen elkaar aan en voeten plat op de grond.
  3. Trek de navel in.
  4. Kom omhoog met het bekken, zodat het bekken in het verlengde van de benen komt.
  5. Strek één knie uit.
  6. Terug naar de begin positie en herhaal met het andere been.

Aandachtspunten: laat het bekken niet wegzakken, en zorg dat er druk is op de voet vanuit het bovenbeen.

[/messagebox]