Schouder (artroscopie)

Het schoudergewricht is een zeer beweeglijk gewricht. In alle richtingen is een grote bewegingsuitslag mogelijk. Dit is nodig gezien de vele handelingen in het dagelijks leven welke we met dit gewricht doen: iets naar de mond brengen, haren kammen, toiletgang, tas optillen etc. Om deze bewegingen te kunnen doen is een grote bewegingsmogelijkheid een vereiste.

Het schoudergewricht bestaat uit de bovenarm (humerus) en het schouderblad (scapula). Aan de kant van de bovenarm zit de kop, Deze rolt en glijdt in een soort kommetje (glenoid) van het schouderblad. Zowel op de kop als kom zit een laagje kraakbeen, dit is een zachte laag welke ervoor zorgt dat de 2 botten makkelijk langs elkaar heen kunnen bewegen. Om deze botten bevindt zich een veelvoud aan banden en spieren, die bewegingen begeleiden en sturen.

———————————–

Voor verschillende gewrichts- en pees aandoeningen hebben wij speciale oefenprotocollen ontworpen.
Deze zijn gebaseerd op de reguliere fysiotherapie (KNGF Richtlijnen), uitgebreid met onze specialistische kennis opgedaan door verschillende cursussen, bezoek aan congressen en literatuurstudie.

———————————–
Arthroscopie
Arthroscopie betekent letterlijk: ‘kijken in een gewricht’. Elk groter gewricht is hiervoor geschikt, zo ook het schoudergewricht.

Operatie
U ligt op uw zij. De arm aan de te opereren zijde wordt aan een klein gewricht opgehangen. Via een klein insteekwondje de arthroscoop in het gewricht gebracht. Dit is een potlood-dunne buis met daarin een lenzensysteem. Het brengt licht in het gewricht, waardoor het inwendige van het gewricht is te zien. Een kleine TV-camera is gekoppeld aan de arthroscoop en laat het beeld zien op een TV-scherm.

Ingrepen
De orthopeed kan nu de kop en de kom van het gewricht zien, evenals de pezen, het gewrichtskapsel, het kraakbeen van de gewrichtsrand en de slijmbeurs die tussen gewricht en schouderblad ligt. Of een operatieve ingreep mogelijk is hangt af van de afwijkingen die de orthopeed aantreft. Meestal kan de afwijking die gevonden is direct worden geopereerd.

De meest voorkomende arthroscopische ingrepen zijn:

    • Het stabiliseren van de schouder indien de schouder uit de kom gaat
    • Het hechten van de cuff (de pezen van de schouder)
    • het verwijderen van slijmbeursweefsel en een deel van de onderzijde van het schouderdak bij langdurige (>1 jaar) impingement klachten (bekneld raken van de hefferspees van de schouder).